“Ik liet mijn werk nooit in de steek” – ruim 45 jaar Giesbers in één mensenleven
Op 1 maart 1980 liep Arthur van der Velde voor het eerst binnen bij het toenmalige Warmtetechnisch Bureau J. Giesbers & J.J. van de Graaf. Nu, bijna 46 jaar later, neemt hij afscheid. Geen klein afscheid, maar eentje na een hele loopbaan waarin hij van hulpmagazijn tot montage-inspecteur uitgroeide – en voor heel veel collega’s gewoon “die recht-door-zee man” was.
“Ik ben een buitenmens. Laat mij maar op de bouw staan. Daar hoor ik.”
Van keerkoppelingen en monteur bij de chocola naar Giesbers
Voordat hij bij Giesbers terechtkwam, had hij er al een bijzonder pad op zitten.
Hij begon als keerkoppelingenmonteur bij Kuipers Machinefabriek in Rotterdam – “de enige in Nederland”, zoals hij zelf zegt. Daarna volgde een korte periode als onderhoudsmonteur in chocoladefabriek Beukers en Reineke in Vlaardingen.
Leuk werk, prima salaris, maar toch: “Ik verdiende goed, maar het was niks voor mij. Niet mijn ding.”
Via monteur Kees Werner kwam hij in gesprek met Joop van der Graaf. De klik was er, en op 1 maart 1980 was het officieel: in dienst bij Giesbers.
Taselaarstraat, prefab en in het diepe gegooid
Zijn eerste Giesbers-stap was niet meteen op de bouw, maar als hulp in het magazijn aan de Taselaarstraat.
Daar leerde hij de materialen kennen, werkte hij aan prefab en kreeg hij de basis mee voor alles wat daarna kwam. Na een paar maanden was het tijd om naar buiten te gaan, mee met ervaren monteurs zoals Cor van Eyck:
“Ik was hulpmonteur. Alleen verwarming, verder niks. Loodgieterswerk kwam later wel.”
Na een paar jaar leren en groeien kwam het moment: “Toen werd ik in het diepe gegooid. Zelf een bouw draaien. Ik heb het vanaf het begin met twee handen aangepakt.”
Zijn eerste eigen project? De Grondherendijk in Rotterdam. De plek waar hij zijn “eigen” bouw voor het eerst van begin tot eind mocht dragen.
Zeven jaar avondschool – maar geen projectleider
In 1989 kwam er een vraag vanuit de directie: wie wil er naar school?
“Toen heb ik m’n vinger opgestoken. Zeven jaar lang avondcursus.
Van assistent verwarmingsmonteur tot servicetechnieker.”
Met al die diploma’s op zak werd hij gevraagd om projectleider te worden. Een mooie kans – op papier dan. Maar Arthur zag zijn toekomst binnen de Service.
“Om projectleider te worden, had ik weer vijf jaar naar school moeten gaan. Ik had er al zeven opzitten. Dat vond ik wel genoeg.”
Daarom bleef hij waar hij het liefste was: dicht bij de uitvoering, tussen de monteurs, op de bouw.
De directie snapte dat, maar vroeg wel of ik dan wilde fungeren als het verlengstuk van de projectleiders binnen, in de rol van montage-inspecteur. In die functie moest ik me wel nog bewijzen en dat was best pittig. Het was een stressvolle baan, met veel geregel. En je moest rekening houden met alle betrokkenen.
Uitvoerder, instructeur, montage-inspecteur
Door de jaren heen vervulde Arthur verschillende rollen: uitvoerder, montage-instructeur, betrokken bij planning en probleemoplossing, en uiteindelijk vooral bekend als montage-inspecteur. Later werd die functietitel projectcoördinator.
Hoeveel functies en -titels ook: Arthur bleef altijd dezelfde:
“Sommigen vinden mij bot, maar ik ben gewoon kritisch en recht door zee.
Iedereen kon ook kritiek op míj geven. Dat vind ik belangrijk – het moet van twee kanten komen.”
Arthur stond bekend als iemand die de boel scherp hield. Maar altijd vanuit betrokkenheid:
“Waar het fout gaat, daar heb ik moeite mee. Niet omdat ik wil zeuren,
maar omdat ik wil dat het goed komt – voor het werk én voor het bedrijf.”
Feesten, ploegen en geen hoogtepunt zonder mensen
Vraag je hem naar hoogtepunten, dan begint hij niet over één groot project, maar over de sfeer:
“De feesten van vroeger… dat was echt genieten.
Hoe we toen met elkaar omgingen, dat vond ik het mooiste.”
En natuurlijk zijn ploegen:
“Ik heb zoveel monteurs gehad. Iedereen zei altijd: ‘Je houdt ons scherp.’
Dat vind ik het grootste compliment.”
Een écht hoofdpijnproject? Nee.
“Ik heb nooit gedacht: dit komt niet goed.
Je probeert altijd eerst zelf een oplossing te zoeken. En anders samen.”
Eerlijk duurt het langst
In zijn manier van werken komen een paar vaste principes steeds terug: eerlijkheid, dingen uitspreken en opkomen voor jezelf.
“Je moet dingen niet opkroppen. Als je ergens niet uitkomt met iemand, stap naar de directie. Je moet met plezier naar je werk gaan – anders vreet het je op.”
Dat advies gaf hij ook door aan jonge collega’s:
“Kom voor jezelf op. Ook als iemand hoger in functie is. Je bent allemaal mens en je moet het samen doen.”
Wat ga je missen?
Als je Arthur nu vraagt wat hij gaat missen, is het antwoord verrassend helder:
“Ik ga niks missen. Dat klinkt misschien raar, maar zo werkt het bij mij.
Alleen het contact met sommige monteurs misschien een beetje – maar dat contact hou ik toch wel aan.”
En nu? Geen geraniums, wel genieten
Zijn plannen voor zijn pensioen zijn simpel maar krachtig:
“Ik zie wel wat er op me afkomt. Hardlopen, fietsen, bezig blijven.
Niet achter de geraniums zitten, want dan ga je kapot.
Af en toe nog een bouwtje opzoeken voor een bakkie, dat vind ik wel leuk.”
Een laatste woord aan collega’s
Tot slot kijkt hij terug met dankbaarheid:
“Ik wil iedereen bedanken voor het samenwerken.
We hebben altijd fijn samengewerkt, ook al hadden we soms woorden – dat hoort erbij.
Maar we kwamen er altijd uit.”